sorteer op

filteren op

1830

1830 – 1839 Bezette stad

In 1830 keert Théodore tijdelijk terug bij zijn ouders in zijn geboortestad Maastricht, om zich in 1832 metterwoon in Brussel te vestigen: de hoofdstad van het nieuwe België: op dat moment een rijke natie met een voor die tijd vooruitstrevende grondwet. En voor hem de plek met de beste carrièrekansen.

Onderwijl was Maastricht een bezette stad, als een eilandje te midden van België. Luitenant-generaal Dibbets regeerde met strakke hand vanuit het Generaalshuis aan het Vrijthof en het (in 1777 door Mathias Soiron in klassicistische stijl gebouwde) Gouvernement in de Bouillonstraat. (Nog tot diep in de 20ste eeuw werd Dibbets onder de lokale bevolking verketterd als de duivel zelf, met verhalen over hoe hij met zijn stok oproerige jongeren van zich afsloeg.) Met Théodore verliet een deel van de lokale intelligentsia de stad, onder wie de overwegend Franstalige dichters André Van Hasselt en Théodore Weustenraad (welke laatste zowel herinnerd blijft door onder meer zijn Franstalige hommage aan de locomotief als door zijn lange spotdicht in Maastrichts dialect ‘De persessie vaan Sjerpenheuvel’).

De Teekenschool wordt sinds Théodore’s vertrek in 1826 geleid door eerdergenoemde stadsbouwmeester Hermans. Dit wellicht naar aanleiding van de hierboven in het citaat uit Blonden aangehaalde kritiek op de eenzijdige concentratie op de ‘schoone kunsten’.

Vanaf de Belgische opstand, begonnen in juli 1830 in Brussel, lijkt de opleiding tot 1839 in overlevingsstand te verkeren.

In: J.Blonden, pag. 9 :

“ Prijsuitdeeling in 1830:

Ie klasse. Voorbeeld, Hoofd van Hebe naar het pleister, prijs: zil. Kon. medaille aan Jan Beckers. De medaille voor een architectonische lijnteekening werd niet toegekend.

Verdere prijswinnaars: Jan Jageneau, Tos. Batta, Jan Crolaer, Jan Schoens en Jos. Vos.

Gelijk bekend, braken er spoedig na die prijsuitdeeling moeilijke tijdsomstandigheden voor de stad aan. Voorloopig vernemen wij omtrent de school niets, tenzij dat den teekenmeester Hermans in 1832 werd toegestaan, in zijn huis een bijzondere schilderschool, maar geen teekenschool, op te richten, en dat in 1835 weer een prijsuitdeeling plaats had, waarbij dien 1830 niet toegekende Kon.medaille werd uitgereikt, maar met goedvinden van den gouverneur van Limburg een andere bestemming kreeg.

Prijsuitdeeling in Oct. 1835:

Ie klasse. Voorbeeld, Hoofd van Homerus naar het pleister, prijs: zil. Kon. medaille aan J. Ant. Niesten. De overige prijswinnaars waren: Karel Arnould, Jules Leiter, Karel Jan Wilkens, Hub. Crets en Karel Ketelaar.

In het jaar 1836 werd de teekenschool weer teruggebracht naar de militiezaal in het voormalige Augustijnenklooster, vanwaar ze in 1830 verplaatst was naar een vertrek in het Raadhuis. ”

Onder de prijswinners kunnen wij alvast één persoon identificeren: Jules Leiter

De naam Jules Leiter is gelieerd met het Maastrichtse drukkersgeslacht Nypels. Door onderlinge familiale verwevenheid droeg de firma vanaf 1837 de naam Leiter-Nypels. Deze ’stadsdrukkerij’, begonnen laatstelijk gevestigd aan de Minckelersstraat, werd in 1993 opgeheven.1 

Jules (8 oktober 1820) was 15 jaar toen hij zijn prijs ontving. Mogelijk was hij daarna werkzaam in de stadsdrukkerij. Als dat het geval was, zou dit ook passen in de doelstellingen van de Teekenschool. 

Een andere, beroemde telg uit deze Maastrichtse familie was Charles Nypels (1895-1952), die deels werd opgeleid aan het Stadsteekeninstituut onder Robert Graafland. Hij maakte naam als typograaf, uitgever, drukker en auteur.

Onder meer speelde hij een rol bij de anonieme uitgave omstreeks 1930 van eerder genoemde scabreuze tekst ‘Persessie vaan Sjerpenheuvel’, met illustraties gesigneerd ‘L.S.’; naar later bleek zijn die van de hand van Charles Eyck, die zich (weliswaar te laat!) uit het project terugtrok uit angst voor het verlies van kerkelijke opdrachten. Zie ook: Limburgse School.  

 

  1. Charles Nypels’ betovergrootvader, Théodore Nypels (1758-1810) was drukker en boekhandelaar en nam in 1806 de restanten van de firma Roux et Dufour over. Théodore was via zijn moeder Marie Adelaïde van Gulpen (1725-1817) een kleinzoon van Jan Tilman van Gulpen. Jan Tilman had sinds 1717 een drukkerij aan de Muntstraat in Maastricht. In het begin van de negentiende eeuw verkreeg de firma Nypels de officiële titel van "stadsdrukkerij". In 1837 werd de naam van de drukkerij veranderd in "Leiter-Nypels", aangezien de toenmalige eigenares Anne Pétronille Nypels (1789-1865), dochter van Théodore, met Mathias Leiter (1792-1849) was gehuwd. Ook zijn vader, Edouard (1854-1933) was eigenaar-directeur van Leiter-Nypels. In 1895 verhuisde de firma naar het Vrijthof.
Maastricht Institute of Arts