sorteer op

filteren op

1823

Intro

Tekenen is zowel ‘dessin’ (Fr: representatie op plat vlak) als ‘dessein’ (Fr: doel, ontwerp).

In de loop van de 19de eeuw lijkt de nadruk te liggen op de nuttige kunsten, in dienst van ambacht en nijverheid. De ambities van bestuursleden, om ruimte te bieden aan de ‘schoone kunsten’ botsen geregeld met de stedelijke overheid en onderwijsinspectie, die op alle vlakken controle willen behouden, niet in de laatste plaats bij het financieel en administratief beheer.

Vanaf de eeuwwende, rond 1900, krijgen de schoone kunsten meer aandacht, met sterk ambachtelijke basis, in dienst van de aardewerkindustrie (plateelschilders) en vooral kerkenbouw (sinds Cuypers) de nadruk te liggen op schilderkunst (wand- en vlakglasschilderkunst), met als ‘bijvangst’ de vrije kunst. Onderwijs in de decoratieve en monumentale kunsten in combinatie met het gemeenschapsdenken spelen dan een steeds belangrijkere rol (zowel in de christelijke als de socialistische zuil).

Na WO2 verschuift de aandacht naar individuele expressie.

Maastricht Institute of Arts