sorteer op

filteren op

1895

Met Graafland de nieuwe eeuw in

In datzelfde jaar wordt onder anderen Rob Graafland als tekenmeester aangeworven. Deze in Maastricht geboren schilder zou veel betekenen voor de kunst in Maastricht en Limburg. In Amsterdam doorliep hij tegelijkertijd de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijzers en de (met het oog op de bouw van het Rijksmuseum door architect Pierre Cuypers opgerichte) Quellinusschool, voorloper van de huidige Rietveld Academie. Vanaf 1895 studeerde hij schilderen aan de Rijksacademie bij August Allebé en Carel Dake. Zijn sollicitatie in Maastricht werd ondersteund door een aanbevelingsbrief van beeldhouwer Willem Molkenboer, directeur van de Rijksnormaalschool.

Onder zijn collega’s bevonden zich de beeldhouwer Frans van de Laar en architect Willem Sprenger. Sprenger bouwde enkele villa’s in het nieuwe Villapark Sint-Pieter; ooit begonnen in de werkplaatsen van Pierre Cuypers en bij de restauratie van middeleeuwse torens in Maastricht had samengewerkt met Victor de Stuers. Er was in die dagen weinig of geen cultureel leven in Maastricht. Behalve schilderkunst doceerde Rob Graafland ook muziek en literatuur. De gebroeders Mathias en Pierre Kemp raakten hierdoor met de "kleengedichten" van Guido Gezelle bekend, hetgeen een grote invloed op hun literaire ontwikkeling zou hebben.

In 1901 richtte Graafland samen met het Stadsteekeninstituut de Zondagsschool voor Decoratieve Kunsten op, ook wel Zondagsschilderschool genoemd. Hiermee had Graafland in november 1899 een begin gemaakt, maar het duurde tot de vergadering van het Stadsteekeninstituut op 26 november 1901 voordat dit werkelijkheid werd. Deze schildercursus - de Zondagsschool voor Decoratieve Kunsten (Zondagsschilderschool) - werd op ‘s ochtends gehouden en werd gegeven door en bij Rob Graafland die de meest talentvolle leerlingen uitkoos. Onder hen bevonden zich onder anderen Edmond Bellefroid, Jean Grégoire, Charles Hollman, Han Jelinger, Henri Jonas en Joep Nicolas. In de winter schilderden Graafland en zijn leerlingen ook in de Augustijnerkerk, in de zomer schilderden ze in de natuur "en plein air". Vanaf 1911 schilderden ze in de Italiaanse tuin van Graafland op Sint-Pieter nabij Maastricht. Deze groep stond ook bekend als "De klas Graafland".

In 1910 richt Graafland samen met collega’s en leerlingen de Limburgsche Kunstkring op, waarin het gaat om onderlinge samenwerking en emancipatie ten opzichte van de Kerk en (vooral mijn-) industrie, die de Limburgse samenleving hoe langer hoe meer in hun greep houden. Hieruit vloeit de zogeheten Limburgse (of Maastrichtse) School voort, met helden als Henri Jonas, Charles Eyck en Joep Nicolas, die allen in Amsterdam hun studie voltooien (bij resp. Antoon Derkinderen en Rik Roland Holst). De katholieke emancipatie in Nederland krijgt onder hen artistieke gestalte.

Maastricht Institute of Arts