sorteer op

filteren op

2020

Bachelor Autonome Beeldende Kunst

2020

Myrthe Triepels

‘man of my dreams’

‘There is a man lying down in the middle of the room. His chest is open and his gigantic heart is lying on top of it. I observe him from a distance, watching how he is pounding his heart with his fist, BAM, BAM, BAM. What is he trying to do? I approach him to get a better look. The man is wearing a dark suit, and his skin has a peculiar colour. His eyes are closed; I can’t read any emotion on his face, as if he is asleep. Then I wake up.’
“Een man ligt midden in de ruimte. Zijn borst ligt open met zijn gigantische hart bovenop. Ik sta van een afstandje te kijken hoe hij met zijn vuist uithaalt BAM, BAM, BAM, naar zijn hart. Wat probeert hij te doen? Ik loop dichterbij om hem beter te bekijken. De man draagt een donker pak en zijn huid heeft een vreemde kleur. Zijn ogen zijn gesloten, er is geen emotie van zijn gezicht af te lezen, alsof hij slaapt... Dan word ik wakker.”

Al observerend benader ik mijn omgeving. Ik kijk om me heen, op zoek naar eigenaardigheden: een vis beklemd in een boom, rollende hoofden over een bowlingbaan, een koe met twee koppen...

Mijn zoektocht naar eigenaardigheden betreft; dingen om mij heen die om wat voor reden dan ook niet helemaal ‘correct’ lijken te zijn. Ik leg verschillende vreemde zaken vast, het liefst doe ik dit in de vorm van tekeningen. Overal waar ik heen ga neem ik mijn schetsboek mee. Hierin leg ik allerlei vreemde observaties en gedachten vast, sommige duidelijker dan andere. Alles wat ik vastleg in deze dummy kan vervolgens als startpunt dienen voor een werk. Het tekenen zelf is vaak ook het begin van het proces, een beginpunt van waaruit de absurditeiten meer tot uiting kunnen worden gebracht.

De tekeningen zijn geen representatie van wat werkelijk te zien was, maar van wat ik zag. Omdat ik het ´werkelijke´ beeld vertaald heb naar mijn eigen kijk erop, noem ik de tekeningen: beelden uit een andere werkelijkheid.

Mijn proces gaat verder vanuit de gedocumenteerde observatie. Ik kies een schetsbeeld wat ik op dat moment het interessantst vind en maak dit beeld in driedimensionale vorm. Wat ook voorkomt is dat ik beelden die al ‘af’ zijn met elkaar combineer tot een nieuw geheel. Ik zie de dingen die ik maak als puzzelstukjes van een onmogelijke puzzel. Ik blijf ‘stukjes’ verplaatsen, verwijderen en/of toevoegen tot ik blij ben met het resultaat. Het zou dus ook heel goed kunnen dat een stukje op zichzelf een geheel vormt. Hierdoor weet ik nooit met zekerheid te zeggen hoe het uiteindelijke beeld eruit zal zien.

De laatste stap wordt gezet door de reactie die op mijn werk gevormd wordt. Ik zou stap voor stap kunnen vertellen wat mijn gedachtes waren, wanneer een beeld veranderde en waarom, maar dit zou mijn werk volledig ontkrachten. In plaats van een specifiek beeld uit te leggen, vertel ik liever over mijn algemene proces. Door de beschouwer geen achtergrondverhaal te bieden, daag ik hem/haar uit om voor zichzelf te beslissen wat het moet voorstellen. Wat vaststaat is dat de ‘scènes’ die ik neerzet zich niet in deze werkelijkheid afspelen, maar binnen welke realiteit dan wel?

Men heeft het altijd over ontsnappen aan de realiteit. Hierdoor wordt met name gesteld dat er zich een fantasiewereld afspeelt naast de alledaagse realiteit. Ik ga ervan uit dat er meerdere versies van de werkelijkheid bestaan. Je zou wellicht dit ´vluchtgedrag´ kunnen vergelijken met de Romantische periode waarbij een grote waarde werd gehecht aan de fantasie en de verbeeldingskracht. Toen richtte men zich op onbekende gebieden van de menselijke geest: het bovennatuurlijke en het onderbewuste van de werkelijkheid, onontdekte en sublieme gebieden. Ook vandaag de dag verlangen mensen naar een idyllische wereld of droomwereld.

Mijn favoriete bezigheid is dan ook wegdromen, maakt niet uit waar naartoe. Deze ‘werkwijze’ herken ik in het observeren en documenteren van eigenaardigheden. Als er één plek is waar je moet zijn voor rariteiten dan zijn het dromen. Het maakt niet uit of je slaapt of dat je aan het dagdromen bent. Ik merk dat ik bij het dagdromen in een specifieke ‘mindset’ zit, waarbij ik niet te veel bezig ben met nadenken. Meestal begin ik met een observatie en deze zorgt ervoor dat mijn gedachten vanzelf, vanuit deze eerste gedachte doorrollen. Vaak ben ik me er niet meer van bewust dat ik überhaupt dit ‘denkspel’ aan het spelen ben. Dit is tevens de ´state of mind´ waarin ik het liefst werk maak. Bij het dromen (tijdens de REM-slaap) droom ik vaak over dingen die de dagen ervoor zijn gebeurd. Dat is op zichzelf niet erg interessant, maar ik heb een trucje om er eventueel iets bijzonders van te maken. Ik weet dat als ik op mijn buik in slaap val ik de meeste kans heb op een ‘nachtmerrie’. Door dit te doen heb ik soms het geluk dat mijn observaties van overdag verwerkt worden tot een bizar tafereel. Wanneer ik na zo’n droom wakker word, schrijf ik meteen op wat ik heb meegemaakt, hierbij kan ik me niet alles tot in detail herinneren. Wanneer ik besluit om een droom om te zetten tot een werk, vul ik de ontbrekende stukken in tijdens het werken hieraan.

Ik vind het interessant om te zien hoe een herkenbaar beeld met een kleine vervreemding al voor een soort kleine storing in iemands hoofd kan zorgen. Vooral wanneer je op het eerste gezicht niet ziet wat het nu is wat je bijvoorbeeld ongemakkelijk laat voelen.

Mijn werk ontstaat vanuit een andere kijk op de realiteit, ik zou dan ook willen stellen dat de beelden die ik maak thuishoren binnen een andere realiteit. Ik zet deze wereld niet volledig neer, slechts taferelen die zich hierbinnen afspelen; zwevend tussen herkenbaarheid en vervreemding.